Duimbasis slijtage (artrose)

Duimbasisslijtage is de meest voorkomende slijtage aan een gewricht in de hand. Als u pijn krijgt door slijtage, merkt u dat vaak bij iedere beweging. Ook kan er krachtverlies optreden, waardoor u dingen uit uw handen laat vallen. Duimbasisslijtage komt veel voor: ongeveer één op de drie vrouwen boven de 40 jaar heeft in het duimbasisgewricht afwijkingen op een röntgenfoto.


Handtherapie
Is er sprake van een milde slijtage, dan bestaat de behandeling uit rust, spalken, pijnstilling, eventueel ontstekingsremmende injecties en handtherapie. De therapeut kan het gewricht behandelen met mobilisaties en met u een programma volgen dat gericht is op het verbeteren van kracht van specifieke duimmuisspieren. Hierdoor wordt het gewricht beter gestabiliseerd tijdens dagelijkse activiteiten, werk en sport.Ook adviseert de therapeut u over een optimaal gebruik en kan aanpassingen maken om de duim met minder pijn te gebruiken.


Handtherapie na een operatie vanwege duimbasisslijtage
Is de bovengenoemde handtherapie niet voldoende, dan kunt u operatief geholpen worden. Meestal wordt het trapeziumbotje verwijderd waarna een nieuwe, stabiele ophanging van de duimbasis wordt gemaakt. Bent u geopereerd, dan krijgt u gips. Na twee tot drie weken wordt het gips verwijderd start u onder begeleiding van de fysiotherapeut met oefeningen. U begint met oefeningen die de duimgewrichtjes lenig en soepel maken, na zes tot acht weken gaat u ook oefeningen doen die uw duim en hand sterker maken. Na de operatie valt het resultaat in eerste instantie meestal tegen. Het kost veel tijd om weer op het oude niveau terug te komen en uiteindelijk beter dan voor de operatie te worden. Ook de begeleiding door de handtherapeut neemt ongeveer drie tot zes maanden in beslag, afhankelijk van de vorderingen.

Bij een trapezium excisie wordt het trapeziumbotje verwijderd. Met behulp van een stuk van de buigpees van de pols wordt een nieuwe, stabiele ophanging van de duimbasis gemaakt.

Behandeling
De operatie vindt meestal plaats onder plaatselijke verdoving. Eerst wordt het trapeziumbotje verwijderd. Vervolgens wordt er een boorgat in de duimbasis gemaakt. De chirurg zoekt de buigpees van de pols op en haalt hier een halve strip vanaf. De buigpees wordt door het boorgat in de duimbasis getrokken, vastgemaakt aan een duimstrekker en vervolgens weer onder de buigpees doorgehaald. De rest van de pees wordt opgerold als een ansjovis en fungeert als buffer tussen de duimbasis en het scheepsbot (scaphoid).

Risico's
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, wondinfectie, weefselversterf, narcoseproblemen, trombose of een longontsteking. Deze complicaties komen zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden. Bij deze ingreep bestaat er een kleine kans dat er een gevoelszenuw geraakt wordt. Dit kan gevoelsverlies geven van een stukje op de rug van de duim. Dit is meestal tijdelijk van aard.

Herstel
Na de operatie zitten uw duim en uw onderarm in het gips. Dit gips blijft wee weken zitten. In deze periode is het belangrijk om uw hand hoog te houden om de kans op zwelling te verkleinen. De vingers en het topje van de duim zitten niet in het gips, deze kunt u gewoon bewegen. Na twee weken wordt het gips verwijderd en maakt de handtherapeut een afneembare spalk die uw duim steunt en beschermt. Nadat de spalk gemaakt is, start u onder begeleiding van de handtherapeut met oefeningen. U begint met oefeningen die de duimgewrichtjes lenig en soepel maken, na zes tot acht weken gaat u ook oefeningen doen die uw duim en hand sterker maken. De spalk moet u tot acht weken na de operatie buiten het oefenen om steeds dragen. In deze periode is autorijden, om verzekeringstechnische redenen, niet toegestaan. Na deze acht weken wordt het dragen van de spalk afgebouwd en u moet dan de spalk alleen nog dragen wanneer u met de hand zwaardere dingen doet. Het zwaar belasten van uw hand, bijvoorbeeld tijdens sportactiviteiten, mag u niet eerder doen dan na drie tot vier maanden na de operatie.

Na de operatie valt het resultaat in eerste instantie meestal tegen. Het kost veel tijd om weer op het oude niveau terug te komen en uiteindelijk beter dan voor de operatie te worden. Over het algemeen duurt dit ongeveer drie tot zes maanden na een trapezium excisie. De kracht neemt vervolgens nog meetbaar toe over een periode van vijf jaar na de operatie.

Afspraak maken?

Neem contact met ons op:


BEL DIRECT:

0475 - 46 84 94